BIR

BIM-maturity enquête 2016

Inleiding
Begin 2016 is in opdracht van de Bouw Informatie Raad en de Nederlandse Vereniging voor Inkoopmanagement een BIM-maturity enquête afgenomen in de Nederlandse B&U en GWW-sector. Via een door de Universiteit Twente ontwikkelde online enquête is daarbij de BIM-maturity (BIM-volwassenheid) van in totaal 105 organisaties vastgesteld. Deze organisaties zijn verdeeld over de deelsectoren opdrachtgevers en eigenaren, architectenbureaus, ingenieursbureaus, bouwbedrijven B&U, bouwbedrijven GWW, installatiebedrijven en toeleveranciers/producenten. In aanvulling op de eerder uitgevoerde sectoranalyse uit 2014, werd met deze enquête beoogd een beter beeld te vormen van de verschillen en overeenkomsten tussen deelsectoren wat betreft BIM-maturity. Daarnaast is ook meer inzicht verkregen in barrières die het gebruik en de ontwikkeling van BIM belemmeren en hebben respondenten hun mening gegeven over de relevantie van voorgelegde toekomstvisies. Op basis van de uitkomsten van de enquête, beschreven in een gratis te downloaden sectorrapportage, kunnen prioriteiten worden afgeleid om de BIM-maturity in specifieke deelsectoren of de bouw in het algemeen te bevorderen.

Om de BIM-maturity van partijen in te schalen, is gebruik gemaakt van een BIM-maturity model dat door de Universiteit Twente is ontwikkeld. Dit BIM-maturity model is vertaald naar een enquêteinstrument, waarmee informatie over BIM-maturity kon worden verzameld.

Generaliteit uitkomsten
Hoewel de resultaten grotendeels worden onderstreept door de expertgroep vanuit de BIR werkgroep maturity, moet bij de interpretatie van de resultaten rekening worden gehouden met de beperkte respons vanuit een aantal deelsectoren. Bovendien is uit de respons gebleken dat, in vergelijking met het werkelijke beeld binnen de B&U en GWW-sector, relatief meer grote organisaties hebben deelgenomen aan de enquête. Op basis van de resultaten is niet te zeggen of, en zo ja, hoe de respons het beeld ten aanzien van BIM-maturity heeft beïnvloed.

BIM-maturity
Ten aanzien van de BIM-maturity kan worden geconcludeerd dat er een grote spreiding is onder de geënquêteerde organisaties. Uit de resultaten blijkt namelijk dat het BIM-maturity niveau van individuele organisaties binnen een bepaalde deelsector sterk uiteenloopt; de verschillen binnen een deelsector zijn groot.

bim-maturity-spreiding

Verder blijkt uit de resultaten dat een aantal aspecten van BIM nog extra aandacht behoeft. Zo zijn afspraken over de uitvoering van BIM-processen bij een groot deel van de organisaties niet of beperkt vastgelegd in procedures en werkinstructies. Ten tweede wordt educatie of specifieke training voor BIM vaak ad hoc aangeboden, of wordt deze alleen aangeboden wanneer personen erom vragen. Het derde criterium waarop nog veel progressie te boeken valt, is informatieopbouw. Veel organisaties maken óf geen gebruik van een documentmanagementsysteem, óf hebben het gebruik niet ingevoerd als standaard werkwijze binnen de organisatie. Ook de toegankelijkheid van het documentmanagementsysteem via de BIM-omgeving is nog beperkt geregeld.

Barrières
Op basis van de belangrijkste barrières van alle enquêtedeelnemers is een top 5 opgesteld. Hieruit komt als belangrijke barrière naar voren dat opdrachtgevers projecten uitgevoerd willen hebben met BIM, maar nog onvoldoende weten wat ze ermee willen/kunnen. Verder zijn de respondenten van mening dat de toepassing van BIM nog te weinig wordt uitgevraagd door opdrachtgevers, omdat de bouwketen er volgens opdrachtgevers nog onvoldoende klaar voor is. Ook een gebrek aan kennis en ervaring op het gebied van BIM behoort tot de belangrijkste barrières. Respondenten onderschrijven hiermee dat dit vooruitgang en uitbreiding van BIM toepassingen belemmert. Als vierde barrière hebben respondenten geselecteerd: een onvoldoende BIM-volwassenheid van andere partijen, waardoor deze niet meekunnen in de gewenste BIM-werkwijze. Tot slot is een gebrek aan niet goed gedefinieerde of geïmplementeerde standaarden voor informatie-uitwisseling onderdeel van de top 5 barrières.

Toekomstvisies
Een aantal stellingen zijn aan respondenten voorgelegd over richtingen waarin BIM zich de komende jaren kan gaan ontwikkelen, voornamelijk uit het oogpunt van hun eigen deelsector. Van het zestal geschetste toekomstvisies zijn er een aantal, waarvan de relevantie vanuit de gehele bouwketen wordt bevestigd. In de eerste plaats is dit het gebruik van informatie uit een BIM voor de gebruiksfase van een bouwobject, bijvoorbeeld om beheer- & onderhoudssystemen te voeden en beheer- & onderhoudsprocessen te ondersteunen. Op de tweede plaats vindt een groot deel van de respondenten de koppeling van het 3D-bouwmodel met verschillende andere ICT-systemen relevant (onder meer planning, calculatie, documentmanagement, eisenmanagement, assetmanagement). Op de derde plaats kan ook de koppeling van BIM aan draadloze technologie op de bouwplaats op veel steun van de respondenten rekenen, met name van bouwbedrijven B&U en GWW. Wat betreft de koppeling van BIM met sensortechnologie en de potentie van BIM om logistieke processen te verbeteren, is geen duidelijk beeld ontstaan over de relevantie die respondenten hieraan toekennen.

Op basis van de resultaten van de BIM-maturity enquête zijn een aantal aanbevelingen aan de Bouw Informatie Raad gedaan om de BIM-gebruik in de Nederlandse B&U- en GWW-sector te bevorderen. Deze zijn terug te lezen in de gepubliceerde rapportage.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *