Too small to fail…

Op 28 maart overhandigde Bernard Wientjes de eerste exemplaren van De Bouwagenda aan de ministers Kamp en Plasterk. Het is een duizelingwekkende uiteenzetting van de uitdagingen waar we de komende jaren voor staan in de bouw. Hoe maken we het praktisch? Waar beginnen we? Het is makkelijk om grote doelen te stellen waar niemand het mee oneens kan zijn, maar hoe buigen we deze doelen om in pragmatisch realisme? Hoe maak je bijvoorbeeld in 13 jaar tijd alle scholen gezond? Laat ik een poging doen om überhaupt te overzien wat de omvang van alleen deze opgave is.

Voordat we beginnen met het gezond maken van scholen moeten we eerst weten welke scholen ongezond zijn. Dit wil je meten, niet eenmalig (zoals dat nu vaak gebeurt), maar continu. Liefst met binnenklimaatsensoren verbonden met de cloud. Dat maakt het mogelijk goede analyses te maken over de onderwijsinstellingen heen, wat ons vervolgens weer richting geeft. Maar wat kost zoiets eigenlijk?


Laten we groot denken. Ik zou willen beginnen met het continu meten van ieder klaslokaal. In Nederland zijn er ca. 3.7 miljoen leerlingen verdeeld over verschillende onderwijstypen. Stel er zitten gemiddeld 30 leerlingen in een klaslokaal (wat niet helemaal representatief is, maar het rekent wel handig), dan zijn er 3.7 miljoen / 30 = 123.333 klaslokalen in totaal. Een slimme binnenklimaatmeter kost ongeveer €150 tot €200 per stuk. Dit betekent een aanvangsinvestering van ca. €18,5 tot €24,5 miljoen (en dan hangen ze nog niet). 

Om de data goed te kunnen interpreteren worden er vervolgens bouwinformatiemodellen (BIM) gemaakt welke worden gekoppeld aan de binnenklimaatsensoren. Hiermee krijgt de data een fysieke geolocatie. Dit maakt het vervolgens mogelijk om de data eenvoudig te correleren met andersoortige data zoals vloerafwerking, ventilatie-eisen of bezetting (los van het feit dat alleen het hebben van een BIM al waardevol is). Maar wat kost een dergelijk BIM? 

Afhankelijk van het gewenste detailniveau en de complexiteit van het gebouw kost het in kaart brengen van bestaand vastgoed met behulp van BIM ongeveer tussen de €0,20 (alleen ruimten) en de €20 (the full monty) per m2. In Nederland is er ca. 45 miljoen m2 onderwijsvastgoed. De meest minimale (slim)BIM variant is voldoende voor koppelen met binnenklimaat, wat neerkomt op een investering van €9 miljoen. Inclusief sensoren komt de totale aanvangsinvestering hiermee op ca. €30 miljoen. Dan moet dus de feitelijke opgave (gezond maken van scholen) nog beginnen, welke een veelvoud aan investering met zich mee zal brengen. De omvang hiervan weten we eigenlijk pas als er overzicht is van de huidige staat van het binnenklimaat (wat overigens maar één aspect is van gezondheid). Materialisatie of akoestiek zijn ook van belang. Ook hier liggen kansen voor BIM, maar het vergt wel een grotere investering vanwege het detailniveau. Laten we die discussie voor nu even parkeren. Daar komen we nu toch niet uit. 

Misschien is het daarom verstandig, in tegenstelling tot veel van onze pogingen de wereld te verbeteren met onze grootse plannen, om heel klein te beginnen: too small to fail… en zo iedere dag een beetje vooruit te komen. Laten we met een paar scholen beginnen, de investering klein houden, ervan leren en vanuit daar bepalen wat de volgende stap is. 

Dat het een trektocht is in plaats van een reis, is mij wel duidelijk geworden. Beter heel klein beginnen en investeren in het experiment, dan hele grote projecten optuigen die theoretisch fantastisch zijn, maar praktisch niet uitvoerbaar blijken. Als we alle opgaven die op De Bouwagenda staan op deze manier aanpakken, dan geloof ik wel in het succes ervan! 

28-juni-2017
Bouw Informatie Raad